Op donderdagmorgen 15 januari laadden wij onze boerenkar op een andere kar en togen wij in colonne naar het Groningse Groningen. Na een eindeloze rit langs ‘s lands rijkswegen reden wij tegen het invallen van de duisternis de stad binnen. Ter plaatse werd in de klamme nognetnietvrieskou met vereende krachten de kar ingespannen met zes fietsen. De kar zelf werd beladen met spullen die een band nodig heeft als zij onaangekondigd en buiten het programma om een gerenommeerd Nederlands festival met een bezoek wil vereren. Nadat alles goed vastgesjord en gezekerd was werden de fietsen bestegen en brachten we met onze beenspieren trillend als pianosnaren dit wonderlijke gevaarte in beweging.
Niet voordat bij Lambèrt Koekelmans de ketting in tweeën brak, door de haast bovenaardse krachten die hij op de pedalen uitoefende, bereikten wij zwoegend het eerste doel van onze heimelijke operatie. Op een strategisch punt in een straat waarvan de naam me nu niet te binnen wil schieten zetten wij snel ons mobiele podium op. Het aggregaat werd aangezwengeld en de kabels aangesloten, het splinternieuwe vaandel werd gehesen en de lampen onstoken, de instrumenten werden gestemd (wat met deze barre, vochtige kou eigenlijk ondoenlijk was) en het podium bestegen. Zo waren wij speelklaar om onze doelwitten te bestoken. Want vanaf 18.00 uur zou er een stoet mensen met badges langs komen lopen op weg van A naar B die wij wilden laten zien dat Straf niet onopgemerkt zal blijven in 2009.
Zodra we het eerste argeloze groepje Noorderslag/Eurosonic-gerelateerden in het vizier kregen ging eerwaarde Koekelmans ons voor in een stampend ‘Zinkend Schip’. Verbaasd naar ons opkijkend bleef men staan. Dat kwam goed uit want zodoende kon Paulus Tops hen verblijden met informatie over ons gezelschap en hen tevens trakteren op een straffe cd-single.
Terwijl Pill van Kempen ondertussen het stokje overgenomen had met ’100 Maal Gezongen’ was het ook menig Groninger inmiddels niet ontgaan dat er iets afwijkends van de dagelijkse routine in hun stad aan de hand was. Een enkele auto kwam luid toeterend langsrijden. Etagebewoners verschenen glurend voor hun verlichte vensters. Fietsers stapten af en bleven staan. Voetgangers haalden hun mobiele belcamera’s uit hun zakken en legden deze gebeurtenis voor hun nageslacht vast. Geen van hen allen glimlachte niet. Ook vonden zij het moeilijk hun lichamen niet mee te laten bewegen op onze liederen, zoals het zojuist door Rob van Veenendaal met passie gezongen ‘Fanfare van het Bijstere Spoor’. Jeffrey Willems’ recalcitrante ‘Doe maar mee dan’ ging er in als een Jonge Dubbele Graanjenever uut Grunningen. Waarna we iedereen trakteerden op een eendrachtig ‘Wat zullen we drinken’, om daarna het geheel te besluiten met een angstaanjagend diep ‘Ravijn’. Applaus was ons deel.
Na enige vragen van enthousiaste geïnteresseerden beantwoord te hebben braken wij het kampement weer op om de Grote Markt te overvallen. Eenmaal op weg bleek als snel dat we ons op een vals plat begaven. Fietsen met een boerenkar aan de haak bracht snel pap in de benen. Afstappen was de enige uitweg wilden we nog vooruit komen. Aldus dreven wij het geheel lopend aan, rechtstreeks een eenrichtingstraat in. Tegen het verkeer in natuurlijk. Als je burgelijk ongehoorzaam bezig bent middels een guerrilla-actie moet je niet op een verkeersregel meer of minder kijken.
Via een busbaan, met een stadsbus dicht op onze hielen, kwamen we al duwende langs het politiebureau de Grote Markt op. Voor een groot historisch gebouw met zuilen, midden op de markt, zwenkten we met een ruime bocht naar rechts af. Daar stopten we. Het speelplatform was snel weer in stelling gebracht. Met uitzicht op de majestueuze Martinitoren staken we, nog steeds niet gearresteerd of met pek en veren de stad uitgejaagd, van wal met dezelfde set als even tevoren.
Weer trok deze gebeurtenis bekijks. Deze keer echter ook van een cameraploeg van een mij onbekende omroep. Ook professioneel uitziende fotografen namen ons op de korrel. Een Noorderslag/Eurosonic-official kwam verhaal halen bij Paulus Tops. Toen hij van Paulus antwoord had gekregen op de vraag waar wij al niet dachten mee bezig te zijn gaf hij ons toestemming om tot 19.45 uur te spelen. Daarna moesten we stoppen omdat er in de 3FM-Serious-Request-stand tegenover ons een band zou gaan spelen die wél officieel was uitgenodigd.
Ondertussen speelden wij door dat het een aard had. Dat een straffe tocht via onze broekspijpen, kragen en mouwen onbarmhartig naar binnen drong en ons danig verkleumde deerde ons niet. Respect was ons deel toen we weer klaar waren. Sommige toeschouwers spraken ons aan met een twinkeling in de ogen. Menigeen liet verbaal blijken het een ‘onwijs goede actie’ te vinden. En enkele badgedragers lieten zich uitdrukkingen als ‘cool’ of ‘te gek’ ontvallen.
Opgetogen gingen we in een café aan de markt de inwendige mens versterken. We bestelden warme chocolademelk, koffie en whiskey. Daar knapten we weer van op.
Gesterkt waren we klaar om het laaste bastion in deze slag van het noorden te slechten. We zetten koers naar de Vismarkt. Daar bevond zich ‘Huize Maas’. Gezien de lange rij wachtenden voor de deur was het een plek waar je geweest moest zijn tijdens Noorderslag/Eurosonic. Vanzelfsprekend parkeerden we ons podium langs deze klappertandende rij verbaasde festivalgangers.
Haast geroutineerd zetten we de boel weer in elkaar. ‘Zinkend Schip’ schalde weldra over de Vismarkt. De stemming zat er meteen in. Voorbijgangers namen nieuwsgierig polshoogte. Met organisatiebusjes aangevoerde toekomstig beroemde artiesten checkten ons uit. De plaatselijke daklozen gingen uit hun dak en bouwden hun privé feestje voor ons podium. Een handvol cameraploegen kwam het geheel filmen. Fotografen lieten zich ook niet onbetuigd. Een politiewagen stopte pal links voor ons. Twee dienders stapten uit. Zij trokken onze stekker er echter niet uit. Beminnelijk werden we door de wet zelfs toegeglimlacht terwijl zij hun weg te voet vervolgden naar een mij onbekende bestemming.
“Als we dan toch niet opgepakt worden, dan spelen we door”, zei Lambèrt quasi verbaasd tegen de toeschouwers die hierop juichten. En als hij dat niet zei dan gebruikte hij woorden van gelijke strekking. In ieder geval speelden we door met ‘Trouw aan de Keizer’ en ‘Kabbel Kabbel’. De vonken vlogen er vanaf. Stoom kwam uit onze monden. De boerenkar deinde op zijn versleten banden.
We stopten toen in ‘Huize Maas’ de eerste band luidruchtig van start ging. Een verslaggever van Het Nieuwsblad van het Noorden wilde van de hoed en de rand weten. De dag erna zou er over ons een stuk in die krant verschijnen. Een grote kerel met een badge, die zelf te laat was maar het al van anderen gehoord had, zei dat deze ‘attitude’ helemaal ‘zijn ding’ was. Een jong enthousiast stel met bagdes om hun nek wilde ook weten wie wij waren en waar wij bereikt konden worden. Zo bleven er geruime tijd nadat we klaar waren mensen ons benaderen. Het doel van deze hele onderneming was overduidelijk geslaagd!
Tevreden mochten we constateren dat onze piraterij niet onopgemerkt is gebleven. Het is gezien. Het is gehoord. Straf was op Noorderslag/Eurosonic 2009. En dus konden we met opperbest gemoed de terugreis aanvaarden die voorspoedig verliep.
Van deze gedenkwaardige dag is door onze vriend Paul een videoverslag gemaakt dat je hier kan zien.
Kees Swanenberg