Normaliter zijn jullie gewend dat we jullie middels dit blog meteen op de hoogte houden van ons wedervaren in de breedste zin des woordes. Echter voor bijna de helft van Straf waren de afgelopen weken extra druk (niet in de laatste plaats voor de schrijver dezes die daardoor nog niet eerder toekwam aan het schrijven van dit blog). Zij waren namelijk betrokken bij de opname van een album van de Canadese singer-songwriter Nathalie Matteau in de Amsterdamse IJlandstudio waar Straf vorig jaar ook de cd ‘Pompen of Verzuipen’ opnam.
Ons heerlijk avondje met De Dijk op 1 mei ging daar precies de avond daarvoor aan vooraf. En wat een feestje het was!
Om te beginnen werden we bij binnenkomst van de Effenaar hartelijk ontvangen door de gehele geluidscrew van De Dijk. Die waren namelijk zo vriendelijk om die avond wat extra te werken door vrijwillig voor ons het geluid te gaan doen. Zowel de gehele podium- als zaalcrew van De Dijk stond tot onze beschikkking. Men kan gerust zeggen dat we hiermee ontzettend verwend werden. Zoals zij ons in de watten legden heeft ondergetekende in zijn gehele muzikantenbestaan zelden eerder meegemaakt! En dat alles was nog voordat Paulus iedereen van De Dijk, band én crew, getrakteerd had op de enige echte overheerlijke Bossche Bollen van bakker De Groot uit Den Bosch…
Het behoeft geen betoog dat de soundcheck zeer vlot en professioneel verliep. In geen tijd stond alles opgebouwd en puik afgesteld en konden we gaan eten. In de artiestenfoyer deden we ons tegoed aan een copieuze maaltijd… zo had ondergetekende een heerlijke varkenshaas met gebakken aardappels in de schil met een zeer goede salade erbij. Maar dit terzijde…
Rond tien over acht verlieten we onze riante kleedkamer en daalden we de trappen af naar het podium van de grote zaal. Achter het podium wensten we elkaar nog geluk en veel speelplezier. Toen trokken we de grote zware deur open en betraden we het podium waar we tot onze vreugde zagen dat de zaal al goed gevuld was met minstens 600 bezoekers, waarvan er een hoop al vooraan het podium stonden te wachten op wat er zou gaan gebeuren. Echter, de geluidscrew was nog niet aanwezig, dus restte ons niet veel anders dan maar een beetje aan onze instrumenten te prutsen, de snaren te stemmen, hier en daar nog iets recht zetten, om vervolgens weer terug de coulissen in te lopen en te wachten tot de crew gearriveerd was. Die liet gelukkig niet lang op zich wachten.
Om kwart over acht trokken we dan van leer. Omdat we slechts een half uur hadden speelden we een ingekorte versie van ‘Welkom (in het Beloofde Land)’, daarna kwam zoals gebruikelijk het opzwepende ‘100 Maal gezongen’. Toen dat klaar was stond eigenlijk ‘Wat Zullen We Drinken’ op het programma, maar omdat ondergetekende, samen met een paar andere Straffers, vergeten was de setlijsten mee te nemen uit onze kleedkamer riep ondergetekende over het podium: ‘Doe Maar Mee’! Vooral eigenlijk omdat ‘t het eerste was wat ondergetekende op dat moment te binnenschoot daar we dat de afgelopen tijd steeds als derde lied in de set gespeeld hebben…
Prompt schalde daarop de upbeat ska van ‘Doe Maar Mee’ de zaal in hetgeen de meute lekker aan het bewegen bracht. En toen het publieksparticipatiemomentje daar was werd er nog goed meegedaan ook! Het publiek leek ons wel te lusten, zo scheen het al vroeg in onze set.
Onderwijl herinnerde ondergetekende zich weer dat nu we eigenlijk die ene cover zouden spelen. Dus toen ‘Doe Maar Mee’ klaar was en een luid applaus en enthousiast gefluit ons deel werden, zette ondergetekende de roffelende beat van ‘Wat Zullen We Drinken’ in.
Het publiek had natuurlijk helemaal niets gemerkt van deze kleine omdraaiing in onze set, vooral omdat we de liedjes soepeltjes met kop en start aan elkaar speelden. Dus toen Lambèrt in de drumintro zijn praatje hield over wie wij eigenlijk waren, waar we vandaan kwamen en dat het volgende lied langs een lange omweg vanuit Frankrijk, via die Eindhovense band Bots, vanavond tot ons was gekomen, was het alsof het altijd zo gepland was en ging de zaal lekker los toen men de overbekende melodie uit Lambèrts accordeon herkende, waarmee de sfeer in de zaal een optima forma status bereikte.
Straf zat er goed in. De hele band bewoog over het podium zoals nooit tevoren nu we zoveel ruimte tot onze beschikking hadden. Zo leek Peter Dupont echt overal op te duiken met zijn mega saxofoon, gretig gevolgd door vele ogen uit de zaal. En telkens als de lichtman enkele bundels licht de zaal in wierp kon ondergetekende zien dat het steeds drukker werd en dat de mensen, van wie 99,9% nog nooit eerder van ons gehoord had, zich prima aan het vermaken waren bij dit (nog) onbekende Bossche bandje.
Na het goed vallende ‘Denkend aan Holland’ was het de beurt aan Rob van Veenendaal om één van zijn glorieuze klassiekers van stal te halen. Het was alweer een tijd geleden dat we zijn ‘Mooi Moment’ gespeeld hadden, en daar het enigzins een Dijkesque lied is ging het er bij het publiek in Effenaar in als een heel magazijn vol koek, niet in de laatste plaats omdat Rob het zo magistraal zong, waarbij overigens nog opgemerkt dient te worden dat ook de mondharmonicasolo van Leon van Egmond veel lof en respect oogstte.
De laatste klanken van ‘Mooi Moment’ waren nog aan het verstommen toen ondergetekende de stoomlocomotief uit de remise reed en ‘Trouw aan de Keizer’ inzette. Hoewel inmiddels al een van de oudste liederen van Straf blijft dit lied zich maar ontwikkelen en rolde er die avond alweer een memorabele versie uit. Na Jeffrey’s gitaarsolo speelden we plots heel zachtjes en ontspon er zich een fluisterende schreeuwdialoogimprovisatie tussen Lambèrt en Pill. Na het slotrefrein raasde Peter nog even door op zijn bassaxofoon, hetgeen door ritmisch meeklappen van publiek begeleid werd alvorens ondergetekende de trein langzaam weer tot stilstand bracht en een luid applaus losbarstte.
Inmiddels waren we toegekomen aan ons laatste lied en het zal geen verrassing zijn te lezen dat het‘Fanfare van het Bijstere Spoor’ betrof. Ook hier zong een flink gedeelte van de zaal de refreinen lekker mee. Hoofden en lichamen der aanwezigen bewogen op, alsmede heen en weer… het feestje was compleet!
De inmiddels bijna volle zaal bedankte ons met een daverend applaus. Gejoel en gefluit was niet van de lucht. Een toegift geven zat er vanwege het strakke tijdschema helaas niet in en dus liepen we de coulissen in en keerden we helemaal high en in extase terug naar onze kleedkamer waar we voldaan en gelukkig allemaal een blik bier opentrokken. Die we prompt weer terzijde schoven toen bleek dat Paulus een fles champagne geregeld had en we dus ras op elkaar en de geslaagde avond een toast konden uitbrengen!
Was getekend,
Kees van Straf